Tips voor het maken van een warmtepomp installatie

 

wp info
Deze pagina 'tips' is bedoeld voor installateurs en richt zich met namen tot woningen en kleine utiliteitsinstallaties.

Deze tips zijn zorgvuldig samengesteld, echter kunt u hieraan geen rechten ontleden Warmtepomp-info.nl is er om u te helpen, niet om verantwoordelijk te worden gesteld. :-)

yes noEen warmtepomp installatie maken is niet moeilijker dan een CV installatie maken!

Als u de aanwijzingen van de fabrikant goed opvolgt, bouwt u probleemloos een storingsvrije en uiterst rendabele warmtepompinstallatie.

Bronleiding

Isoleren bron leidingDe aansluiting van de bron naar de warmtepomp dient van kunststof of dampdicht geïsoleerd koper te zijn. Stalen of dunwandige cv-leiding zal namelijk binnen enkele jaren stuk gaan.
Het condenswater tast staal aan. Je krijgt het nl. nooit zo goed geïsoleerd dat condens niet voor zal komen. Het bronwater is immers een stuk kouder dan de omgevingstemperatuur van de leiding in de technische ruimte, hierdoor ontstaat condensatie.

... Na de koelwisselaar (CV leiding / afgiftesysteem) wordt het ‘koelwater’ door de warmtepomp boven de condensatiegrens gehouden, daar kan dus gewoon stalen leiding worden gebruikt.

TIP: Als je messing knelkoppelingen wil gebruiken, tape deze dan na montage eerst strak af met teflontape en lijm pas daarover de dampdichte isolatie. De werking van de lijm (ammoniak) kan nl. de koppelingen aantasten waardoor ze op den duur stuk gaan (barsten/scheuren).

Door tussen de lijmlaag en de koppeling teflontape aan te brengen wordt dit voorkomen.

Flow, waterstroming / circulatie

Het belangrijkste gegeven voor een storingsvrije werking van een warmtepomp is ‘flow’, dit geld zowel bron- als afgiftezijdig. Als de installatie wordt nageregeld neem dan een buffervat van voldoende grote op in het systeem. Hiermee voorkomt u pendelgedrag van de compressor en verlengt u de levensduur van het toestel.
Zorg er dus voor dat er altijd voldoende flow is als de compressor draait.


BuffervatVoor een lange levensduur mag een compressor per uur maximaal 3 to 5 maal worden gestart.
En moet dan een minimaal draaitijd hebben van:

3 minuten t/m 5 kW
4 minuten van 5,1 t/m 15 kW
5 minuten voor grotere vermogens.
Dit geld in het algemeen voor alle fabrikanten!

Hoe groot moet het buffervat zijn?



Als vuistregel kunt u aanhouden 15 liter per kW afgegeven vermogen. Heeft u dus een warmtepomp met een afgegeven vermogen van 10 kW dan volstaat een vat van 150 liter of groter (10 x 15) . (Praktijkkeuze: dichtstbijzijnde grotere handelsmaat bijvoorbeeld 200 liter).

Heeft u een warmtepomp met 2 compresoren (2 traps) dan kan meestal worden volstaan met 1,5 x de eerste trap* in deze formule

* Zie de installatievoorschriften van de fabrikant
Voorbeeld 2 traps warmtepomp: Warmtepomp afgifte vermogen = 22 kW (2 x 11 kW) dan pakt u 1,5 x 11 = 16,5 kW x 15 liter = 247 liter buffer. (Praktijkkeuze: dichtsbijzijnde grotere handelsmaat bijvoorbeeld 300 liter)

Flow storing:
Als aan de afgiftezijde (vloerverwarming / LT convectoren) onvoldoende flow is: Hoge druk storing (koelmiddelzijdig)
Als aan de bronzijde onvoldoende flow is: Lage druk storing (koelmiddelzijdig)

Hydraulisch verbinden

installatieVraag uw warmtepompleverancier om een voorbeeld schema voor de installatie. Er zijn vele manieren om uw installatie op te zetten, het best houdt u een beproeft schema aan van uw leverancier.

Regelmatig gemaakte praktijk fouten zijn: Drieweg kleppen verkeerd gemonteerd, terugslagkleppen verkeerd om, terugslagkleppen vergeten, leidingen niet op juiste manier gekoppeld.
Voorbeeld: Als u met een losse boiler werkt moet de retour van de boiler meteen naar de wamtepomp toe, dus geen stuk leiding gebruiken dat ook nog voor doorstroming van de installatie is, anders vindt er doorwarming plaats richting de installatie en dat is vooral in de zomer (als u wilt koelen) een ongewenste en energie kostende situatie.

Ontluchter(s)

ontluchtersHet is erg belangrijk dat uw installatie is voorzien van goede ontluchters, zowel bron- als afgiftezijdig. Immers de warmtepomp kan onvoldoende energie ontrekken of afgeven aan een ‘luchtbel’. Vaak komt een hoge- of lage druk storing dan ook door lucht in de installatie. Vooral bij een nieuwe installatie kan dit natuurlijk het geval zijn. Het dient dan ook aanbeveling om in ieder geval de bronpomp 2 tot 5 dagen voor de eerste start van de warmtepomp continu te laten draaien. Hierdoor wordt enerzijds het glycol (antivries middel) beter gemengd met het water, anderzijds kan lucht zich verzamelen in het hoogste punt in de installatie, daar waar u ook de ontluchter heeft gemonteerd. Als u de warmtepomp voor het eerst opstart houdt dan de zgn. ‘zuiggas temperatuur’ in de gaten, deze mag in principe niet onder de 3 graden komen bij de eerste opstart. Schakel de warmtepomp uit als dit wel dreigt te gebeuren, ontlucht eerst goed, kijk of pompen echt draaien en probeer het dan later weer. Dit voorkomt dat de verdamper ‘invriest’ . Immers als je aan stilstaand water, of onvoldoende flow, energie ontrekt zal de temperatuur hiervan snel zakken.

-Het gebruik van een of meerdere goede automatische ontluchters in het afgiftesysteem wordt sterk aanbevolen.
-Het gebruik van automatische ontluchters in de bron wordt afgeraden omdat glycol bij lage druk wat kristalvorming kan geven (met name in de naaldafsluiters van automatische ontluchters).

Expansie

expansievatZowel de bron als het afgiftesysteem heeft een expansievat nodig van voldoende inhoud, immers de vloeistof zet uit als deze wordt verwarmt. Zorgt u voor een goede (altijd open zijnde) verbinding van de leidingen naar het expansievat (Kijk dus aan welke kant van eventuele keerkleppen u het expansievat plaatst). Voor de bron kunt u ook een standaard expansievat gebruiken (deze kan u op 1 tot 1,5 bar zetten) zorgt u dat dit vat aan het einde van een leiding zit waar geen doorstroming meer is (Het bronwater zal hier dan de omgevingstemperatuur opnemen waardoor kans op condens wordt voorkomen).

(Let op dat u het expansievat daar plaatst waar er altijd een open verbinding is met de warmtepomp, aan de juiste kant van eventuele terugslagkleppen dus! En in de onmiddelijke omgeving van de warmtepomp)

Grote van het expansievat:

Vuistregel 1* m.b.t. woningen voor zowel bron als afgifte zijde:
Installaties Tot 12 kW afgegeven vermogen : 18 liter vat zowel voor bron als voor afgifte zijde
afgegeven vermogen 12 kW tot 20 KW : 25 liter vat zowel voor bron als voor afgifte zijde
afgegeven vermogen 20 kW tot 30 kW: 35 liter vat zowel voor bron als voor afgifte zijde

Uitgaande van plaatsing van de warmtepomp op de begane grond of in kelder voor een gebouw van max. 2 verdiepingen
(1 verdieping + zolder)
Voordruk van expansievat voor de bron is: 0,5 bar, afvullen bron op 1 bar
Voordruk van expansievat afgifte zijdig is: 1,5 bar, afvullen op 2 bar
expansievaten
Vuistregel 2 * m.b.t. woningen voor zowel bron als afgiftezijde:
Systeem inhoud in liter : 25 = grote van expansievat in liter

*Het betreft hier een vuistregel, beter is het natuurlijk om het expansievat exact te bepalen in overleg met de leverancier hiervan, u dient dan wel de totale waterinhoud van uw afgiftesysteem en bron te weten, alsmede het temperatuur traject waarin de installatie gaat werken.

Leidingfilters

Filters: Plaats zowel in de bron als in het afgiftesysteem een leidingfilter, tussen of met afsluiters, voordat het water de warmtepomp ingaat. U voorkomt hiermee dat de wisselaars in de warmtepomp (condensor en verdamper) verstopt raken. Een filter is immers makkelijk te reinigen (een wisselaar is niet makkelijk te reinigen).

Terugslagklep

TerugslagklepBij CV-ketels worden terugslagkleppen vaak alleen maar ingezet in cascade opstellingen. Bij een warmtepomp die naast tapwater en verwarming ook passief gaat koelen dient het vaak aanbeveling om een terugslag klep op te nemen. Bij een externe koelmodule loopt de ‘koelkring’ aan de afgifte zijde middels een pomp over de koelmodule door de installatie. Het ‘CV’ water tussen koelmodule en warmtepomp staat stil. Met een losse boiler kan de warmtepomp ondertussen gelijktijdig warmwater aanmaken. Afgiftezijdig loopt gelijkertijd (met koelen) dus een warme kring via driewegklep over boiler naar warmtepomp. In de praktijk kan het soms zijn dat de driewegklep niet 100% afdicht waardoor, als pompen niet gelijk zijn, er een mix kan ontstaan van de warmte aan de wamtepomp zijde en het ‘koude circuit’ aan de installatiezijde. Ook als de driewegklep van de boiler wel 100% afdicht maar leiding dicht bij elkaar zitten kan temperatuur beinvloeding ontstaan. Dit kan eenvoudig worden voorkomen door een terugslagklep op te nemen (U vindt deze dan ook vaak terug in het schema van de fabrikant).

(Zie ook het punt Expansie voor juiste plaatsing)

Geen passieve koeling in de badkamer!

Het voordeel van een water/water warmtepomp is dat u in de zomer relatief goedkoop een woning passief kan koelen. Dit doet u door water van ca 18 graden Celsius door de vloerverwarming te sturen. Een woning kan hier ca 4 graden (t.o.v. de buitentemperatuur) mee worden gekoeld.
Alle ruimten kunt u op deze manier koelen, alleen de Badkamer dient u niet passief te koelen. Immers als er gedoucht wordt is de vochtigheidsgraad in de badkamer hoog, door de lage temperatuur van het koelwater ontstaat dan condens, als gevolg hiervan zal uw badkamer vloer nat blijven. U kunt eenvoudig een klepje tussen de leiding plaatsen dat tijdens passief koelen dicht gaat. (De warmtepomp heeft meestal een contact wat voor aansturing hiervan kan worden gebruikt)

Na-regeling en koelen: Als vloerverwarmingsgroepen worden nageregeld door zgn. zone regelaars worden d.m.v. klepjes de slangen afgesloten als de kamer op temperatuur is. Tijdens koelen dient deze regeling net andersom te werken om het koudere water door te slangen te kunnen sturen. Hiervoor is het bovengenoemde signaaltje uit de warmtepomp nodig om uw ‘zone regelaar’ te melden dat nu koel water wordt aangeleverd en de regelaar dus andersom kan gaan werken of eenvoudig alleen de klepjes open stuurt om te kunnen koelen

Antivries / Glycol

Bij een gesloten bron (meest voorkomend in Nederland) dient aan het water glycol te worden toegevoegd tot een beveilingswaarde van -13 °C (ca 30% toevoeging). Bij langdurig gebruik kan de temperatuur van de bron nl. onder de 0°C komen, om te voorkomen dat ijsvorming ontstaat in de verdamper van de warmtepomp dient u glycol toe te voegen.

Bij een open bron wordt een (extra) warmtewisselaar tussen open bron en verdamper (warmtepomp) sterk aangeraden, vaak zelfs door de fabrikant in de garantie voorwaarden verplicht gesteld. Voor het water in dit tussen circuit wordt een toevoeging tot een beveiligingwaarde van -4 °C (ca 10% toevoeging) glycol geadviseerd. Ons advies: doe dit gewoon om problemen van invriezen van de verdamper te voorkomen (De overdracht wordt wel iets minder, maar een ingevroren verdamper is veel minder leuk).

Het type glycol wat voor warmtepomp bronnen meestal wordt toegepast is* "MEG" ; Mono Ethylene Glycol
of "MPG"; Mono-Propyleen Glycol
( van bijvoorbeeld AKZO NOBEL, DOW of SABIC). In het algemeen verzorgt de bronleverancier de levering en toevoeging van het glycol en eventuele additieven aan het water.

De toevoeging van Glycol aan de bronzijde is dus eigenlijk verplicht, het nadeel van glycol toevoeging is dat de warmteoverdracht iets achteruit gaat en dat de weerstand die de pomp moet overbruggen iets toeneemt.

*Noot: Sommige warmtepomp fabrikanten schrijven een bepaald type Glycol voor. In het algemeen gaat de voorkeur uit naar MEG.

Leiding diameters

leidingAanbevolen minimaal hoofdleiding diameters,
warmte pomp met afgegeven vermogen van:

  • 5 kW: 28 mm bron – 22 mm afgifte
  • 06 t/m 10 kW: 28 mm bron – 28 mm afgifte
  • 11 t/m 12 kW: 35 mm bron – 35 mm afgifte
  • 13 t/m 20 kW: 42 mm bron – 35 mm afgifte
  • 20 t/m 25 kW: 42 mm bron – 42 mm afgifte
  • 26 t/m 30 kW: 54 mm bron – 42 mm afgifte
  • 31 t/m 40 kW: 54 mm bron – 54 mm afgifte

Zie eventueel ook de tabellen op deze pagina

Ten overvloede

Een warmtepomp is een toestel dat het beste rendement geeft bij een lage aanvoertemperatuur. Kies dus voor een laagtemperatuur afgifte systeem zoals vloerverwarming en/of LT-convectoren.

Bij bivalent:

Als je een 'bivalent' systeem maakt, dus een systeem waar naast de warmtepomp ook een andere warmtebron wordt gebruikt, bijvoorbeeld een HR CVketel, dan dient die ook op laagtemperatuur te functioneren!
In de praktijk wordt soms de fout gemaakt door de denken: 'de eerste 40 graden zijn voor de warmtepomp en dan verwarm ik na met een ketel tot 90 graden'. Dit gaat fout! de warmtepomp zal hierdoor in hogedruk storing gaan. De warmtepomp verwacht op zijn aanvoer van 40 graden immers een retourtemperatuur van bijvoorbeeld 35 graden, die kan u op deze manier niet meer garanderen! Hoge en lagetemeratuur systemen dus nooit (rechtstreeks) combineren.

Zwembad:

U kunt met een warmtepomp ook uitstekend een zwembad verwarmen, zorgt u dan wel dat de zwembadwisselaar geschikt is voor laag temperatuur (max. 45 graden primair). Een veel gemaakte fout is dat een warmtewisselaar gebruikt wordt die 90 graden primair nodig heeft, deze geven vaak bij 45 graden nauwelijks vermogen meer af.

1e opstart

Koelzijdig gedrag van een water/water of brine/water warmtepomp:

Bij het 1e keer opstarten van een warmtepomp kunt u de zuiggastemperatuur in de gaten houden, deze zal stabiliseren tussen de 4 en 12 graden. Als u ziet dat de temperatuur meteen onder 0° C komt, schakel het toestel dan weer uit en ontlucht of vul eerst de bronleidingen goed en kijk of er voldoende flow kan plaats vinden (denk ook aan glycol toevoeging).

Tijdens compressor bedrijf:

Controleer bron in / bron uit of deze een goede delta T heeft (4 tot 5 ° C. verschil tussen bron in en bron uit)
Heetgastemperatuur: Tenminste 25 K hoger dan de aanvoer temperatuur, normaal tussen de 70 en 125 °C
Vloeistof temperatuur: Ongeveer gelijk aan de retourtemperatuur
Zuiggas temperatuur: Ligt tussen de bron in en bron uit temperatuur
Oververhitting: Dit is de temperatuur tussen zuiggas- en verdampertemperatuur, ligt tussen 2 en 8 °C.

Onderhoud warmtepomp

Een warmtepomp heeft op zich niet zoveel onderhoud nodig, misschien is INSPECTIE een beter woord.

Het dient aanbeveling om jaarlijks het volgende te doen:

- Reinigen van de leidingfilters (warmtepomp eerst uitzetten, dan afsluiters dicht, filters uitnemen schoonspoelen en terugplaatsen) (Als filters ernstig vervuild zijn kan dit bijvoorbeeld duiden op een lekkage).
- Nazien van de bedrading (zitten alle kabels nog goed vast)
- Nazien van leidingen (is er nergens een lekkage)
- Meten van elektrische stromen (te veel stroomverbruik kan bijvoorbeeld duiden op slijtage).
- Noteren van het aantal draaiuren (Door deze te vergelijken met voorgaande jaren heeft u een indruk of alles nog goed functioneert / als de warmtepomp goed is afgestemd op de ‘transmissie’ heeft u ongeveer 2000 draaiuren per jaar voor verwarming en 500 uur voor tapwater’ als dit veel afwijkt kunt u wellicht nagaan waarom dit is)
- Controleren Glycolgehalte van de bron
- Meten en noteren van het temperatuursverschil (delta T) van de bron en afgifte (tijdens bedrijf uiteraard)

Attentie: Deze pagina is bedoeld voor woningbouw en kleine utiliteit, bij grote vermogens (grote gebouwen) kan het zijn dat u warmtepomp onder een jaarlijks verplichte inspectie valt. 


Inhoud koude middel:

  • 3-30 kilogram - controle eenmaal per jaar - logboek is verplicht
  • 30-300 kilogram - controle eenmaal per half jaar of bij permanent lekdetectie-systeem 1x per 12 maandenen 1x per 12 maanden controle van het automatisch lekdetectiesysteem - logboek is verplicht
  • 300 kilogram of meer - controle eenmaal per kwartaal of bij permanent lekdetectie-systeem 1x per 6 maanden en 1x per 12 maanden controle van het automatisch lekdetectiesysteem - logboek is verplicht.

Tot 3 kg dus geen verplichting (bij een woning valt de warmtepomp bijna altijd hieronder)


Leiding tabellen:

*Onderstaande waarden en diameters zijn oriënterend deze dienen gecontroleerd te worden ten opzichte van werkelijk toegepaste materialen (fabrieksgegevens hiervan).

Verwarmen:

Leidingtabel diameter weerstand verwarmen

Koelen: (let op hier dus geen staal gebruiken i.v.m. condens op de leiding waardoor deze aantast)

Leiding diameter en weerstand tabel

 

NIBE Warmtepompen



tips, warmtepomp installatie, leiding diameters, ontluchters, keerkleppen, beluchters, expansie, leiding type, hydraulisch verbinden, buffervat, flow, leiding filters, glycol